Jalvin en het rijm van de wold – een verhaal uit de begintijd van Dizary

Proloog

Eindelijk kreeg Jalvin zicht op de haven van Neilpoort. Met moeite loodste hij zijn bootje door de messcherpe rotsen van de archipel. De koude wind op zijn gezicht en het prikkende zout in zijn ogen nam hij voor lief. Er stond een constante druk op zijn roer en de onvoorspelbare wind blies woest in de zeilen, liet de giek zwenken, spande de grootschoot en joeg Jalvins boot kriskras door het water heen. De fok vertoonde scheuren en liet het haast afweten. Voortdurend sloeg er koud water over het gangboord.

Nog even en er stond in de kuip meer water dan er in de volledige de Vijfdezuid lag. Dat was onmogelijk, dat wist Jalvin ook wel. Maar zijn gekke kijk op de situatie hield hem op de been. Nog een minuut of tien, schatte hij in en dan kon hij net voor zonsondergang aanmeren. Hij zette door.

De zeereis was niet eenvoudig geweest, maar. Het ging per slot van rekening om de boodschap voor Relaia. Die was van groot belang.

Bijna was Jalvin geneigd zijn leren tas te openen om de dromenvanger te bekijken. De wind zou er beslist vat op krijgen als hij hem tevoorschijn trok. Dat risico was te groot en daarom stak hij slechts zijn hand tussen de flap aan de bovenkant van zijn tas. Hij voelde de houten ring van de dromenvanger en de daartussen gespannen draden, waarmee de boodschap opgevangen was. Relaia wist wat hij ermee moest doen, dat had hij zich laten vertellen.

Deze korte gedachtegang had hem afgeleid van zijn precaire koers. Zo tussen de vele rotsen door varende was het gevaar nog niet geweken en hij moest alert blijven. Een golf tilde de boot op, nam hem een flink stuk mee en tijdens de daling schampte de boeg een rots. De boot bleef stabiel, Jalvin bleef ook stabiel. Toch met een kloppend hart en een bevende hand op de helmstok koerste hij verder richting het havenhoofd, met de felle groene algenlamp op de kop van de pier. De baai van Neilpoort werd aan beide zijden afgeschermd door de kilometerslange hoge groenstenen kliffen.

Na een tijdje was hij meerdere vlammende boeien gepasseerd en had hij de vaargeul bereikt. Het water werd aanzienlijk rustiger, maar Jalvin wist dat alleen de haven zelf echt veilig was. Nu de druk op het roer afnam, vergrendelde hij de helmstok in een vaste koers. Met het zicht op de naderende haven, ontspande hij een beetje. Hij hoefde alleen nog maar zijn grootschoot te trimmen. De wind streelde ondertussen zijn krullige bruine haren. Een groepje meeuwen snerpte boven zijn hoofd. Hij had niets voor hen, zijn eigen eten had hij al op en dat was nog een rede om door te zetten. Een heerlijk maal in een goede taverne, op het legendarische marktplein van Neilpoort, daar verlangde hij naar.

Een windvlaag rukte aan het zeil. De giek vloog in één keer van links naar rechts. Er was gekraak van hout, het diepe geluid van breken en de fok scheurde. Het natte dek gleed onder Jalvin vandaan en horizon kantelde zodra hij viel. Hij tuimelde opzij. Een pijnscheut trok door zijn been omhoog toen hij zich tegen het gangbord stootte. Het ijskoude water greep hem bij zijn kladden en ontnam hem zijn adem. Meteen ging hij kopje-onder. Het donkergroene water, waar Neilpoort om bekend stond, omringde hem.

Zwemmen had hij nooit goed geleerd, dus spartelde hij wild, kwam eventjes boven, en zonk toen dieper en dieper. Zijn rode jas gevoerd met schapenvacht en dikke linnen broek werden loodzwaar. Hij spartelde harder, krachtiger, weer kwam hij boven water. Kort. Een laatste diepe ademteug. Een wanhopige blik op het stervende avondlicht. Half stikkend in het water schreeuwde hij om hulp. Spartelend zonk hij weer.

Het bleef nu donker en de druk op zijn borst werd almaar groter. Zijn longen leken wel kapot te scheuren. De pijn maakte hem slap, maar met zijn armen en benen spartelden tegen de dood die in de duisternis op hem wachtte. Op deze stomme manier wilde hij niet sterven. Hij had belangrijk werk te doen – de boodschap. Snel trok hij de dromenvanger uit zijn tas tevoorschijn en drukte hem stevig tegen zijn borst.

Het verdrinken maakte hem razend en hij gilde. Hij gilde zo hard dat het leek alsof een monster in hem ontwaakte. Toen voelde hij zich zwaar worden en verloor hij zijn kracht.

Waarom zou hij zich nog verzetten? En wat deed hij hier ook al weer? Jalvin had geen idee meer en langzaam werd hij meegevoerd naar de bodem. Hij sloot vrede met zijn lot. In deze stilte was er immers geen pijn meer, geen noodzaak om te strijden.

Recht vóór hem lichtten zomaar sierlijke krullende runentekens op. Daar begreep hij niets van. Hier haast op de bodem? Instinctief reikte hij met beide handen naar de tekens en ze bleken op steen afgebeeld te zijn. Wonderbaarlijk genoeg bewoog hij voor zijn gevoel weer omhoog. Net voordat hij zijn bewustzijn verloor, kon hij rode avondlicht zien en weer ademhalen.


Gratis goodies Dizary